Wat als je kind niet wil meewerken?

Wat als je kind niet wil meewerken?

kind
Wat als je kind niet wil meewerken? Kan je iemand helpen die niet geholpen wil worden? We lichten toe vanwaar de weerstand komt en hoe je makkelijker en met minder energie de medewerking van je kind kan verkrijgen om hen te helpen groeien.

De medewerking verkrijgen van je kind of jongere kan een hele uitdaging zijn. Ongeacht of het nu gaat over afspraken maken, minder gamen, hun kamer opruimen, huiswerk maken of externe hulp aanvaarden. Ze hebben een sterke wil en vinden allerlei excuses om iets niet te moeten doen of negeren je rechtuit. Als je dan toch probeert de medewerking te forceren durven ze overschakelen op verbaal of fysiek geweld.

De situatie bezorgt je stress, zuigt je energie op en zadelt je op met een gevoel van machteloosheid. Soms laat je het dan maar zo, om de goede vrede te bewaren, maar is dat wel het beste op lange termijn? Wat als er een toch een manier zou zijn om makkelijker de medewerking van je kind te verkrijgen?

In dit artikel gaan we hier dieper op in, vooral in relatie tot jongeren die erg aangetrokken zijn tot schermen. We lichten toe vanwaar de weerstand komt en hoe je makkelijker en met minder energie de medewerking van je kind kan verkrijgen om hen te helpen groeien.

Kan je wel iemand helpen die niet geholpen wil worden?

Eerst moeten we het even hebben over een vraag die we vaak ontvangen van ouders die worstelen met hun (overmatig) gamende of filmpjes kijkende zoon of dochter: kan je wel iemand helpen die niet geholpen wil worden? Sommigen, soms zelfs andere psychologen of therapeuten, zullen zeggen dat als je kind niet openstaat voor hulp, dat er niets te doen is. Daar zijn we het absoluut niet mee eens.

Ja, je kan altijd iemand helpen, ook als ze zelf zeggen geen hulp te willen!

Er is veel dat je als ouder kan doen, zeker zolang ze nog thuis wonen, maar simpelweg niet bewust van bent of niet goed van weet hoe aan te pakken. Dat zien we in de begeleidingen die we doen met ouders wiens kinderen moeite hebben om een probleem met hun schermgebruik te erkennen of hulp te aanvaarden. Leeftijd doet er trouwens weinig toe. We komen gamers van alle leeftijden tegen, maar vooral tussen 10 en 25 jaar.

Dan gaan we alvast aan de slag met de ouders en realiseren we toch mooie resultaten door te focussen op de zaken waar de ouders wél invloed op hebben. In sommige gevallen werken we na verloop van tijd ook met de jongere, maar dit is geen vereiste. Uiteindelijk creëren we samen een aangenamere sfeer thuis met minder problematisch game- of schermgebruik en een kind dat zich beter in zijn of haar vel voelt, makkelijker meewerkt en sneller zelfstandig wordt.

Hoe kan ik mijn kind vlotter laten meewerken?

1. Focus je je wel op datgene waar je echt invloed op hebt?

Het helpt om eerst een onderscheid te maken tussen de zaken waar je wel en geen controle over hebt. Neem nu het weer bijvoorbeeld: daar hebben we weinig controle over. We kunnen er niets aan veranderen of het morgen nu regent of droog blijft. Wel kunnen we ons aanpassen om er het beste van te maken. Bij regen nemen we een regenjas of paraplu mee. Bij zonnig weer zetten we onze zonnebril op.

Iets proberen te veranderen waar je geen volledige controle over hebt leidt alleen tot frustratie. Zaken zoals de aantrekkingskracht van videospelletjes op je kind, agressieve reacties of gehoorzaamheid. Als ze jong zijn heb je dat nog enigszins in de hand, maar zodra ze ouder worden, wordt het al een pak lastiger. Hoe meer je hen forceert, hoe harder ze weerstand zullen bieden. Je kunt je dus maar beter focussen op die zaken waar je wel invloed op hebt.

Je eigen reactie kan bijvoorbeeld een enorme invloed hebben op het gedrag van jouw kind. In een volgend onderdeel: “Stimuleer je onbewust het ongewenste gedrag?” geven we meerdere voorbeelden van hoe je je eigen reacties kan aanpassen om ander gedrag te stimuleren bij je kind.

Daarnaast kan je proberen interesse te tonen in hun leefwereld (of zelfs eens mee te spelen)? Het is mogelijk dat de gamewereld jou niet aanspreekt maar als ze voelen dat je moeite doet is dit al een grote stap vooruit. Je kind is er net erg in geïnteresseerd en wil er misschien graag over vertellen. Dit versterkt de onderlinge band waardoor je kind ook meer moeite zal doen om naar jou te luisteren en mee te werken.

Aan de aantrekkingskracht van videospelletjes kan je als ouder bijvoorbeeld weinig veranderen. Maar je hebt wel een invloed op de beschikbaarheid ervan. Zo kan je een veilige omgeving creëren met geen onbeperkte toegang tot games of het internet. Vervelen ze zich dan? Prima! Dat is gezond en daarbovenop zullen ze op die momenten ook meer open staan om met je mee te werken en andere activiteiten te doen.

Stel jezelf de vraag:

  • Waar maak ik mezelf druk in waar ik weinig tot geen invloed of controle over heb?
  • Waar heb ik wel invloed op en hoe kan ik hier meer op focussen?

2. Is meewerken werkelijk in hun voordeel (op korte termijn)?

Stel je even voor: een koppel komt bij de dokter in verband met hun 20-jarige gameverslaafde zoon.

“Hij heeft een groot probleem”, zeggen ze. “Onze zoon spendeert al maandenlang al zijn vrije tijd door op zijn kamer. Met spelletjes spelen, filmpjes kijken en chatten, enzovoort. Zijn studies verwaarloost hij. Hij werkt niet en doet er ook geen moeite voor. We koken, wassen, kuisen en betalen alles voor hem maar zelf steekt hij geen poot uit. We zien hem nauwelijks nog en telkens we dit met hem willen aankaarten, loopt hij terug naar zijn kamer. Wat moeten we doen?”

De dokter denkt even en reageert dan: “Volgens mij heeft HIJ geen probleem, maar JULLIE.” De ouders schrikken. Hij gaat verder: “Hij heeft ondertussen een heel comfortabel leven uitgebouwd. Waarom zou hij dit willen veranderen?”

Een jongere zal minder snel willen meewerken als het in hun ogen enkel meer werk en minder ontspanning oplevert.

In bovengenoemd voorbeeld is het momenteel voor de 20-jarige jongen moeilijk om mee te werken en stappen te zetten uit zijn comfortzone. Hij leeft nu alsof in een 5-sterrenhotel, zonder limieten en waar alles voor hem geregeld wordt. Elke afspraak of belofte met zijn ouders die hij zou maken, zou op korte termijn alleen maar in zijn nadeel zijn.

Lange termijn denken voor hem is moeilijk. Net zoals veel andere jongeren denkt hij vooral aan wat hem op korte termijn plezier en genot kan geven en staat hij minder stil bij de gevolgen op lange termijn. Als we méér medewerking willen verkrijgen, gaan we willen denken aan wat voor je kind op korte termijn voordelen zal geven. Zoals extra schermtijd, meer met gerust gelaten worden en later kunnen opblijven. Als hier momenteel geen grenzen op staan, gaan we dit eerst geleidelijk aan willen inbouwen.

Het komt er op aan om voor veel van de dingen die je nu voor je (al dan niet jongvolwassen) kind automatisch doet (boodschappen, koken, huishouden, elektriciteit, internet,…) de vanzelfsprekendheid er uit te halen. Dit creëert een opening voor hen om sneller zelfstandig te worden en maakt hen meer dankbaar voor je inspanningen. Zodra zijn medewerking terug een concreet voordeel oplevert voor hem zal hij meer willen meewerken.

Stel jezelf even de vraag:

  • Waarom zou mijn kind willen meewerken?
  • Wat is het voordeel (op korte termijn) voor hun?

3. Bied je mogelijkheden om mee te werken zonder dat ze gezichtsverlies lijden?

De puberteit is een belangrijke en evolutionair gezien noodzakelijke fase waar kinderen (en hun ouders) doorheen moeten. Eén aspect daarvan is dat pubers veel meer waarde gaan hechten aan leeftijdsgenoten en zich beginnen afkeren tegen autoriteit en de ouders. Dit kan met momenten voor conflicten zorgen maar het helpt hen wel om later stappen te zetten in het uitbouwen van hun eigen leven, los van de ouderlijke invloed.

Vanuit een soort puberale reflex gaan tieners (en laatbloeiende jongvolwassenen) dan ook vaak tegen de ouders in gaan en voorstellen of verzoeken weigeren, zelfs als het in hun voordeel is! Je kan dit erkennen aan de situaties waarin ze je tegenspreken over de meest zinloze zaken of proberen telkens het laatste woord te hebben in een discussie.

Hoe meer je hen uitwegen biedt met een minimum aan gezichtsverlies, hoe makkelijker je medewerking zal verkrijgen in plaats van weerstand.

Dit kan op verschillende manieren opgelost worden. Je kan hen benaderen als een volwassene, vragen stellen over wat zij voorstellen en samen naar oplossingen zoeken om op een betere manier samen te leven en zaken gedaan te krijgen. Daarnaast kan je onderhandelingsmarge inbouwen en hen opties bieden van waaruit zij kunnen kiezen, waardoor je kind het gevoel heeft inspraak of zelfs gewonnen’ te hebben.

Bijvoorbeeld: “We willen graag terug meer met het gezin samen doen. Volgende week houden we een (idealiter schermvrije) familieavond voor een drietal uur, heb je een voorkeur voor een bepaalde avond? Nee? Wij dachten aan woensdag of zaterdagavond, welke zullen we nemen?” Op deze manier leg je wel iets op (dat er een familieavond komt) maar je geeft je kind de kans met een minimum aan gezichtsverlies hieraan mee te doen doordat hij of zij zelf de avond mag kiezen. Door eerst drie uur te nemen, heb je ook nog de mogelijkheid te onderhandelen naar twee uur, of het avondeten mee te laten tellen voor de familieavond.

Als blijkt dat ze niet openstaan om op een volwassen manier te reageren en afspraken te maken, is het wellicht een teken dat ze nog niet klaar zijn om met vrijheid om te gaan (en dat ze dus duidelijke grenzen en beperkingen nodig hebben).

Stel jezelf de vraag:

  • Hoe kan je hen laten meewerken zonder dat ze gezichtsverlies lijden of zich als een kind behandeld voelen?
  • Kan je hen een uitweg bieden uit vervelende situaties zonder gezichtsverlies?
  • Hoe kan je medewerking verkrijgen en tegelijk hen het gevoel geven dat ze ‘gewonnen’ hebben?

4. Stimuleer je (onbewust) het ongewenste gedrag?

In veel gezinnen merken we op dat ouders onderschatten hoe ze (vaak onbewust) ongewenst gedrag van hun kind in stand houden. Ondanks de goede intenties van de ouders om hun kind te willen helpen, stimuleren ze net het omgekeerde van wat ze willen bereiken.

Stel je hebt met je kind de afspraak gemaakt dat hij bij thuiskomst van school eerst zijn huiswerk maakt. Daarna mag hij een uur gamen. Je komt thuis en merkt dat hij zijn huiswerk nog niet heeft gemaakt en hij aan het spelen is. Het draait uit op een discussie waarin je kind verbaal of fysiek agressief gedrag vertoont. Je merkt bij jezelf dat je hiervoor geen energie hebt en blokt de discussie af. Je begint het avondeten klaar te maken en laat je kind gamen. Begrijpelijk, maar het kind ontvangt hiermee jammer genoeg het signaal “Agressie is een manier om mijn zin te krijgen.” De kans is groot dat dit gedrag zich in de toekomst zal herhalen wanneer iets niet naar z’n zin is.

We hebben aparte artikels die kunnen helpen in het omgaan met agressie, weerstand en het maken van afspraken. In het algemeen gaan we betere afspraken en systemen willen inbouwen waardoor je kind minder moeite moet doen om aan de verleiding van scherm- en gametijd te weerstaan en waarbij je zelf minder de boeman hoeft te spelen. In ieder geval willen we agressie nooit belonen (wat we net wel doen ze dan met gerust te laten en te laten verder gamen), ook al begrijpen we dat dit niet altijd even makkelijk is. In het volgende onderdeel over communicatiestijlen hebben we het ook over meer succesvol afspraken maken.

Gedrag dat beloond wordt zal zich vaker voordoen, ongeacht of het over positief of negatief gedrag gaat.

Een ander voorbeeld. Stel dat je je kind al lang probeert meer te laten meehelpen in het huishouden. Op een dag neemt jouw kind (onverwacht) zelf het initiatief om de vaatwasser te legen en tafel te zetten. Jij bent als ouder natuurlijk heel blij en maakt van de gelegenheid gebruik om te vragen of hij dat nu elke keer zou willen doen. Nu leert je kind: “Als ik initiatief neem, creëer ik hogere verwachtingen en meer werk voor mezelf.” Hierdoor zal je kind in de toekomst mogelijk minder snel willen meehelpen in het huishouden of initiatief nemen.

Het zou beter zijn als je hem bedankt, eventueel een compliment geeft (zonder te overdrijven) en niet van de gelegenheid probeert gebruik te maken om meer taken toe te wijzen.

Nog een laatste voorbeeld. Een jongere zit veel boven op zijn kamer te spelen of filmpjes te kijken en zijn ouders zien hem weinig. Wanneer hij dan toch eens naar beneden komt, bijvoorbeeld om naar toilet te gaan of voor het avondeten, maken zijn ouders er gebruik van om alles wat ze nog niet hebben kunnen vragen meteen op hem af te vuren. Aan tafel hebben ze het ook over z’n studies, iets wat momenteel niet goed loopt en waar hij liever niet over praat. Zo leert hij: “Als ik uit mijn kamer kom krijg ik taken toegewezen en ongemakkelijke vragen. Het gevolg: een jongen die nog meer op zijn kamer zal zitten, zich nog minder zal tonen en na het eten nog sneller naar zijn kamer spurt.

Beter zou zijn om de ‘verplichte’ momenten samen zoals bij het avondeten luchtiger te houden en moeilijke topics zoals schoolwerk dan te vermijden. Als moeilijke topics besproken moeten worden, kan je dit houden voor andere momenten, zoals op een familievergadering, een wandeling of wanneer jullie niet tegenover elkaar zitten, zoals samen in de auto of tijdens het koken. Als zelfs die momenten schaars zijn en medewerking moeilijk blijft, kan je je afvragen of het niet tijd is om die vlucht naar de kamer minder aantrekkelijk te maken, bijvoorbeeld met beperkte toegang tot toestellen, WiFi en 4G.

Stel jezelf de vraag:

  • Welk gedrag ben ik momenteel aan het belonen en zo in stand aan het houden?
  • Hoe kan ik ander, meer gewenst gedrag belonen en stimuleren?

5. Is je communicatiestijl aangepast aan wat werkt voor je kind?

Medewerking van iemand verkrijgen is moeilijk als je niet dezelfde taal spreekt. Nochtans is dat iets dat we veel zien tussen ouder en kind. Misverstanden, discussies en frustraties omwille van ouders en kinderen die een andere taal spreken. Nee, dan hebben we het niet over het Nederlands, maar over de verschillen in communicatiestijl en -behoeften.

Stel je vraagt aan je kind, terwijl die aan het gamen is, om zijn kamer op te ruimen. “Ja, ja, straks,” krijg je als antwoord. Een reactie die vooral dient om even met gerust gelaten te worden en te kunnen verder spelen (want nee zeggen zou een discussie uitlokken en hun spel verstoren). Het voelt niet goed aan, maar je laat hem voorlopig doen. Een paar uur later zie je dat er niets veranderd is en herhaal je je vraag nog eens, met dezelfde reactie. Nu dreig je het toestel of internet uit te zetten als hij zijn kamer niet meteen opruimt. Jullie beiden worden meer geïrriteerd en uiteindelijk maakt hij een nieuwe belofte om het na dit spelletje te doen. In het beste geval is het dan na enige tijd gebeurd, maar het kan evengoed blijven escaleren en uitgesteld worden. In ieder geval voelt niemand er zich goed bij.

Bovenstaand voorbeeld is wellicht herkenbaar, ongeacht of het nu gaat over de kamer opruimen, huiswerk maken, naar bed gaan of iets anders. Dit heeft te maken met de ouder die het kind benadert met een insteek die misschien wel voor de ouder zelf zou werken, maar niet aangepast is aan hoe het kind informatie of opdrachten het vlotst verwerkt en tot uitvoering kan brengen.

Het probleem is dat er een mismatch is tussen de stijl die de ouder hanteert en wat voor het kind het beste werkt.

Elk kind is anders, maar de jongeren die we tegenkomen met een aantrekking tot games en schermen vertonen veel gelijkaardige communicatiebehoeften. Hier zijn enkele verbeterpunten in de aanpak van de hierboven besproken situatie met deze jongeren:

  1. De vraag komt voor de jongen onverwacht, terwijl hij eerder behoefte heeft aan een voorspelbare omgeving. Zonder plotse veranderingen of vragen van buitenaf. Beter zou zijn om hier op voorhand afspraken over te maken, op een rustig moment. Idealiter zouden ze zelfs passen in een groter geheel van afspraken, verantwoordelijkheden en vrijheden.
  2. Je hebt niet zijn aandacht. Hij zit middenin de flow van zijn spel en is afgeleid. Het helpt als je wacht tot je helemaal zijn aandacht en oogcontact hebt telkens je iets wil vragen of bespreken, zelfs als je er dan maar even moet naast zitten terwijl hij zijn match uitspeelt.
  3. De opdracht wordt auditief doorgegeven, terwijl dit niet hun sterkste punt is, waardoor taken snel terug vergeten worden. Door afspraken visueel te maken, zoals door ze te zetten in een agenda, weekplanning of afsprakenlijst verhoog je de kans dat ze uitgevoerd worden. Visuele geheugensteuntjes helpen ook. Documenten die we ook in onze coaching regelmatig gebruiken en samen aan kunnen werken.
  4. Je verwacht dat hij er vanuit zichzelf aan zal beginnen, terwijl de eerste stap zetten voor hem net de grootste uitdaging is, zeker als hij zo veel leukere alternatieve bezigheden heeft. Plan liever een moment in waarin jullie er samen aan beginnen. Eens hij begonnen is, is de grootste stap al gezet en kan je hem gerust alleen verder laten doen.
  5. Je hebt het niet concreet gemaakt. “Straks” wordt al te vaak “Morgen” en uiteindelijk “Nooit”. Wanneer je afspraken maakt, tracht het zo concreet mogelijk te maken. Spreek een concreet tijdstip af en laat je niet afschepen met vage antwoorden. Dat is misschien minder leuk voor hen op dat moment zelf maar het verhoogt wel drastisch de slaagkans dat het gebeurt. Idealiter zou je hem nadien zelfs laten herhalen wat je afgesproken hebt.
  6. Daarnaast is er geen gevolg aan gekoppeld. Wat is het gevolg als hij wel of niet de opdracht uitvoert? Let op dat je dit niet teveel ziet vanuit je eigen standpunt. Een properder huis is voor jou misschien een fijn gevoel, maar een puber is daar meestal minder mee bezig. Meer met gerust gelaten worden en nadien langer mogen spelen, bijvoorbeeld, geven hem wel een extra stimulans. Koppel er dus een duidelijk gevolg aan als hij het wel of niet doet en zoals eerder vermeld zou dit beter op voorhand gecommuniceerd zijn en passen in een groter geheel.

Om al deze stappen voor elke situatie uit te voeren lijkt misschien niet haalbaar, maar het helpt om er zoveel mogelijk rekening mee te houden in je communicatie naar je jongere toe als je de kans op succesvolle afspraken en medewerking wil vergroten.

Stel jezelf de vraag:

  • Welke communicatiestijl hanteer ik momenteel in het maken van afspraken en verkrijgen van medewerking?
  • Wat zou beter kunnen werken voor mijn kind? Wat pas ik nog niet of onvoldoende toe van bovenstaande tips?
  • Wat ben ik bereid in de toekomst anders aan te pakken?

6. Hoe open sta je zelf voor medewerking & ondersteuning?

Een laatste belangrijk thema als we kijken naar het makkelijker verkrijgen van medewerking is het voorbeeld dat we zelf als ouder geven. Niemand is perfect en dat hoef je absoluut niet na te streven: maar het helpt om te gaan kijken naar het voorbeeld dat we zelf geven want bewust of onbewust nemen kinderen veel van hun ouders over.

Enkele vragen om jezelf te stellen:

  • Hoe vul je zelf je vrije tijd? Zit je hele avonden voor de TV? Dan kan je moeilijk verwachten dat je kinderen een boek gaan lezen.
  • Hoe ga je om met uitdagingen en stressvolle situaties? Loop je van problemen weg en hoop je dat deze zich vanzelf zullen oplossen? Dan is de kans groter dat je kinderen dit ook zullen doen.
  • Hoe bereid ben je om naar hen te luisteren? Voelen ze dat je moeite doet om hun standpunt te begrijpen en toon je interesse in hun leefwereld? Voelen ze zich gehoord en begrepen? Erken je hun behoeften? Dan is dat al een kleine overwinning en zullen ze makkelijker ook naar jou luisteren (ook al maakt de puberteit dat soms wat moeilijker).
  • Hoe open sta je zelf om hulp te aanvaarden? Ben je bereid te luisteren naar advies en inzichten van anderen? Omring je jezelf met anderen die je kunnen ondersteunen en durf je vragen te stellen, zoals in onze Facebook Community? Sta je open voor ondersteuning en ga je actief op zoek naar experts en ervaringsdeskundigen voor advies?

Hoe kan je van je kind verwachten dat het openstaat voor ondersteuning, als je daar zelf niet voor open staat?

De tips in dit artikel kunnen je al enorm op weg helpen om meer medewerking te verkrijgen bij je kind. Toch kan het voor je jongere nog steeds moeilijk blijven om zaken te accepteren van zijn of haar ouders en het belang van medewerking in te zien. Dan helpt het om een externe persoon te hebben die de situatie kan beoordelen, feedback kan geven, inzichten kan delen, die kan bemiddelen en die kan opvolgen om tot duurzame oplossingen te komen.

Zo’n externe persoon kan een vertrouwenspersoon zijn buiten je gezin, iemand in de familie of in de vriendengroep bijvoorbeeld. Of een professional, zoals bijvoorbeeld een gezinstherapeut, auticoach, kinderpsycholoog, psychiater of studiebegeleider, afhankelijk van de situatie. Idealiter zou je echter iemand willen hebben die gespecialiseerd is in het ondersteunen van gezinnen rond scherm- en gamegedrag en het werken met gamegevoelige jongeren, zoals de ervaringsdeskundigen bij GameChangers.

Ongeacht de situatie op dit moment, staan we voor je klaar om je te ondersteunen. Samen creëren we een on- en offline balans voor je gezin, met meer rust, groei en medewerking. Neem gerust contact met ons op via de contactpagina en we helpen je met plezier verder.

Blijf op de hoogte over nieuwe artikels

Schrijf je in op onze nieuwsbrief

Deel dit artikel

Meer artikels

Redenen Waarom Hulp (en Vooruitgang) Vaak Uitgesteld Wordt
Tips voor gamers

Redenen Waarom Hulp (en Vooruitgang) Vaak Uitgesteld Wordt

In dit artikel bespreken we enkele redenen waarom hulp wordt uitgesteld met de hoop dat het een nieuwe kijk op ondersteuning biedt. Op die manier wordt de stap naar begeleiding kleiner en kan er sneller vooruitgang gemaakt worden richting een gamen dat in balans is en een gezinsleven in harmonie.

kind
Tips voor ouders

Wat als je kind niet wil meewerken?

Wat als je kind niet wil meewerken? Kan je iemand helpen die niet geholpen wil worden? We lichten toe vanwaar de weerstand komt en hoe je makkelijker en met minder energie de medewerking van je kind kan verkrijgen om hen te helpen groeien.

Scroll naar top